De Oudedagsreserve voor de ondernemer in 2015

Een ondernemer mag, onder bepaalde voorwaarden, binnen zijn onderneming belastingvrij sparen voor het pensioen. Deze voorziening wordt de oudedagsreserve genoemd. Zoals wel vaker kent deze fiscale regeling voor- en nadelen.

De voorwaarden

Alleen een ondernemer voor de inkomstenbelasting mag een oudedagsreserve opbouwen. Dit betekent dat bijvoorbeeld een commanditaire vennoot niet in aanmerking komt. Die geniet namelijk wel winst uit onderneming, maar is zelf geen ondernemer voor de inkomstenbelasting. Ook een DGA (directeur-grootaandeelhouder) van een BV kan geen oudedagsreserve vormen.

Een ondernemer die aan het urencriterium voldoet en bij aanvang van het kalenderjaar de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt, mag ten laste van de winst toevoegen aan de oudedagsreserve.

Het urencriterium houdt in dat de ondernemer minimaal 1225 uur per kalenderjaar aan zijn onderneming(en) besteedt.

De opbouw van een oudedagsreserve

In 2015 mag de ondernemer maximaal 9,8% van de winst toevoegen aan de oudedagsreserve, tot een maximum van € 8.631. Het bedrag van de toevoeging wordt verlaagd met pensioenpremies die in dat jaar van de winst zijn afgetrokken. Bovendien moet de oudedagsreserve lager zijn dan het ondernemingsvermogen.

Dit bedrag van de oudedagsreserve hoeft niet te worden afgedragen, maar mag als reservering op de balans worden opgenomen. Het is dus een boekhoudkundige handeling die de winst verlaagd en daarmee uitstel van belastingen oplevert.

Een oudedagsreserve is een persoonlijke reserve van de ondernemer. Bij een vennootschap onder firma kunnen dus meerdere oudedagsreserves op de balans staan. Ook kan iemand met meerdere ondernemingen de oudedagsreserve opbouwen in al zijn of haar ondernemingen.

De afbouw van een oudedagsreserve

De oudedagsreserve kan vrijwillig afnemen door deze om te zetten in een lijfrente. De reserve neemt dan af met het bedrag dat men aan lijfrentepremies betaalt.

In bepaalde gevallen zal een oudedagsreserve verplicht afnemen. Als de oudedagsreserve hoger is dan het ondernemingsvermogen én de ondernemer bereikt de AOW-leeftijd, dan wordt de oudedagsreserve verlaagd tot het ondernemingsvermogen.

Ook als de oudedagsreserve hoger is dan het ondernemingsvermogen én de ondernemer voldoet in het voorgaande jaar en dit jaar niet aan het urencriterium, dan wordt de oudedagsreserve verlaagd tot het ondernemingsvermogen.

Het bedrag waarmee de de oudedagsreserve afneemt wordt bij de winst opgeteld. Dat betekent dat er alsnog belasting moet worden betaald over dit bedrag. Dit kan men voorkomen door lijfrentes aan te kopen voor tenminste hetzelfde bedrag als de afname van de oudedagsreserve.

De oudedagsreserve bij (gedeeltelijke) staking van de onderneming

Als de onderneming gedeeltelijk wordt gestaakt én de oudedagsreserve is hoger dan het ondernemingsvermogen, dan neemt de oudedagsreserve verplicht af tot het ondernemingsvermogen. Dit bedrag wordt bij de stakingswinst opgeteld.

Als de onderneming helemaal wordt gestaakt dan zal ook het ondernemingsvermogen ophouden te bestaan. De oudedagsreserve wordt dan ook opgeheven en in zijn geheel bij de stakingswinst opgeteld.

Als een onderneming wordt gestaakt, dan kan de stakingswinst worden omgezet in een lijfrente. Hierdoor wordt voorkomen dat de stakingswinst progressief wordt belast. Voor het omzetten van de stakingswinst in een lijfrente gelden in 2015 de volgende maximale bedragen.

In geval van
– staking door een ondernemer die ouder is dan 60 jaar en 3 maanden
– staking door een invalide ondernemer (minstens 45% arbeidsongeschikt)
– staken van de onderneming door overlijden
Extra lijfrentepremieaftrek van € 447.047

In geval van
– staking door een ondernemer van 50 jaar en 3 maanden tot 60 jaar en 3 maanden
– staking door een ondernemer als de lijfrente-uitkering direct ingaat
Extra lijfrentepremieaftrek van € 223.531

In geval van
– overige gevallen
Extra lijfrentepremieaftrek van € 111.771

Deze bedragen moeten overigens nog worden verminderd met de bedragen waarmee al in voorgaande jaren de oudedagsreserve is omgezet in een lijfrente.

Conclusie

De oudedagsreserve kan voor een ondernemer een mooie manier zijn om een pensioen op te bouwen. Het betalen van inkomstenbelastingen kan worden uitgesteld en verlaagd. Maar omdat de oudedagsreserve in bepaalde situaties verplicht afneemt, kunnen de voordelen daarmee (deels) verloren gaan. Daarom is een oudedagsreserve niet voor elke ondernemer aantrekkelijk. Om een goede keuze te kunnen maken is het belangrijk om de totale financiële situatie mee te wegen.

Referenties:
Art. 3.6 Wet IB 2001
Art. 3.67-3.70 Wet IB 2001
Art. 3.128 Wet IB 2001
Art. 3.129 Wet IB 2001

Uw belastingaangifte over 2014 – waar moet u op letten?

Het zal u ongetwijfeld niet ontgaan zijn: Vanaf 1 maart kunt u uw belastingaangifte indienen. Dat kon al eerder, maar in ieder geval vanaf 1 maart staat uw vooringevulde aangifte klaar op het beveiligde gedeelte van belastingdienst.nl. Een goed moment dus om nog even wat veranderingen op een rijtje te zetten waar u rekening mee kunt houden.

Of u zelf de belastingaangifte doet of hiervoor een adviseur inschakelt, het is goed te beseffen dat u altijd zelf verantwoordelijk blijft voor de inhoud. Dus zelfs de gegevens die de Belastingdienst vooraf invult zult u goed moeten controleren, want u bent verantwoordelijk!

Vlak voor het begin van 2014 werden er nog een aantal heffingskortingen veranderd, maar de Belastingdienst heeft de voorlopige aanslagen daar niet meer op kunnen aanpassen. Het is me opgevallen dat ook enkele salarisadministraties blijkbaar niet op tijd konden worden aangepast. Misschien blijkt achteraf dat u hierdoor moet bijbetalen.

Het tarief van de hypotheekrenteaftrek wordt in de komende jaren in stapjes verlaagd naar maximaal 38%. Als uw bruto inkomen in 2014 meer dan € 56.532  was, dan kunt u de hypotheekrente niet meer tegen 52% aftrekken maar tegen 51,5%.

De mogelijkheden om zorgkosten af te trekken zijn verder beperkt. Sinds 1 januari 2014 zijn niet meer aftrekbaar: de kosten voor bepaalde hulpmiddelen voor mobiliteit en aanpassingen aan een woning. Als u al eerder bijvoorbeeld een scootmobiel heeft aangeschaft en hierop afschrijft, dan mag u het afschrijvingsbedrag nog wel aftrekken.

Voor periodieke giften aan een algemeen nut beogende instelling (ANBI) was het eerst nodig deze vast te leggen in een notariële akte. Vanaf 2014 mag dit ook vastgelegd worden in een gewone schriftelijke overeenkomst.

Vanaf 2014 zijn ook de voorwaarden gewijzigd waaronder u fiscaal partner bent met een ander. Als u getrouwd bent of een geregistreerd partnerschap hebt, dan is uw echtgenoot of partner altijd uw fiscaal partner. Maar als u ongehuwd samenwoont, dan zijn er diverse voorwaarden die bepalen wie uw fiscaal partner is. Het kan zelfs zijn dat u met meerdere personen tegelijk aan die voorwaarden voldoet. De rangorde van de voorwaarden bepaalt dan wie uw fiscaal partner is. Als u in de loop van 2014 bent gescheiden en daardoor tijdelijk bij iemand anders inwoont of als u in een samengesteld gezin woont, dan kunnen er onverwachte partnerschappen ontstaan. Het is dan belangrijk om u goed te informeren. Met een fiscaal partner kunt u schuiven met diverse aftrekposten, maar bedenk wel dat dit altijd vrijwillig is. Als u onbedoeld fiscaal partner bent, dan kunt u er natuurlijk ook voor kiezen dat ieder zijn eigen aftrekposten opvoert.

De Belastingdienst probeert de belastingaangifte steeds eenvoudiger te maken, maar daaraan kleven ook nadelen. Gemakzucht kan er toe leiden dat niet alle fiscale mogelijkheden worden benut. En een voordeel in dit jaar kan een nadeel blijken in latere jaren. Laat u daarom bijstaan door een deskundig adviseur. Een financieel planner met het FFP-keurmerk kijkt niet alleen naar uw belastingaangifte, maar houdt rekening met uw hele financiële situatie en al uw financiële doelen.

Het voordeel van uw belastingaangifte

Jaren geleden was de kruidenier in het dorp waar we woonden, ieder jaar in januari, één dag gesloten wegens inventarisatie. Op die ene dag werd de hele voorraad geteld en alle lijsten werden weer bijgewerkt. Even de theorie vergelijken met de praktijk. Inmiddels is de kruidenier vervangen door een supermarkt en de handgeschreven voorraadlijsten door geavanceerde computersystemen.

Maar eens per jaar een inventarisatie maken van onze persoonlijke financiën is nog steeds de moeite waard. En wat is dan een beter moment dan de belastingaangifte? Want daarvoor moeten we toch al alle nodige gegevens verzamelen. Ga maar na: het jaaroverzicht van de bank is binnen, de winst van de onderneming is bekend, de jaaropgave van de werkgever is er en ook van de meeste beleggingen zijn de rendementen in kaart gebracht. Daarnaast hebben we de cijfers van de hypotheek en de WOZ-waarde van ons huis. Onze vrienden van de fiscus willen namelijk alles weten. En dat is mooi, want daardoor weten we zelf ook alles. Een ideaal moment dus om eens goed te kijken hoe we er voor staan.

Het is een mooie aanleiding om samen met onze vertrouwde financiële planner eens een paar goeie vragen te stellen. Even de theorie vergelijken met de praktijk. Liggen de rendementen van het vermogen op schema? Sparen we zoals de bedoeling was? Is er afgelopen jaar iets gebeurd waardoor ons testament herzien moet worden? Gaat de pensioenopbouw nog steeds zoals de bedoeling is? Zijn er verzekeringen die we nu echt moeten aanpassen? Is het financieel plan nog actueel? Of is het moment gekomen om het plan bij te stellen? Zijn de korte en lange termijn doelen nog hetzelfde? Hebben misschien we nieuwe wensen en dromen?

Maar liefst 500.000 mensen kregen afgelopen periode voor het eerst een voorlopige aanslag voor de inkomstenbelasting in de brievenbus. Voor al deze mensen staat vast dat zij begin volgend jaar een belastingaangifte zullen moeten indienen. Naast de miljoenen mensen die dat al jaren achtereen doen. Als het dan toch moet gebeuren, gebruik die belastingaangifte dan ook gelijk voor een inventarisatie van de financiële stand van zaken. Dan komt er toch nog iets moois uit voort, namelijk financieel inzicht. En inzicht in onze persoonlijke financiën zal ons rust geven; we weten hoe we er voor staan en we weten waar we heen willen. Sta eens stil bij de mooie kansen die de belastingaangifte biedt. We zouden de fiscus er bijna dankbaar voor zijn.