De oudedagsreserve voor de ondernemer

Een ondernemer mag, onder bepaalde voorwaarden, binnen zijn onderneming belastingvrij sparen voor het pensioen. Deze voorziening wordt de oudedagsreserve genoemd. Zoals wel vaker kent deze fiscale regeling voor- en nadelen.

De voorwaarden

Alleen een ondernemer voor de inkomstenbelasting mag een oudedagsreserve opbouwen. Dit betekent dat bijvoorbeeld een commanditaire vennoot niet in aanmerking komt. Die geniet namelijk wel winst uit onderneming, maar is zelf geen ondernemer voor de inkomstenbelasting. Ook een DGA van een BV kan geen oudedagsreserve vormen.

Een ondernemer die aan het urencriterium voldoet en bij aanvang van het kalenderjaar de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt, mag ten laste van de winst toevoegen aan de oudedagsreserve.

Het urencriterium houdt in dat de ondernemer minimaal 1225 uur per kalenderjaar aan zijn onderneming(en) besteedt.

De opbouw van een oudedagsreserve

In 2014 mag de ondernemer maximaal 10,9% van de winst toevoegen aan de oudedagsreserve, tot een maximum van € 9542. Dit percentage zal in 2015 worden verlaagd naar 9,8% tot een maximum van € 8640.

Het bedrag van de toevoeging wordt verlaagd met pensioenpremies die in dat jaar van de winst zijn afgetrokken. Bovendien moet de oudedagsreserve lager zijn dan het ondernemingsvermogen.

Dit bedrag van de oudedagsreserve hoeft niet te worden afgedragen, maar mag als reservering op de balans worden opgenomen. Het is dus een boekhoudkundige handeling die de winst verlaagd en daarmee uitstel van belastingen oplevert.

Een oudedagsreserve is een persoonlijke reserve van de ondernemer. Bij een vennootschap onder firma kunnen dus meerdere oudedagsreserves op de balans staan.

De afbouw van een oudedagsreserve

De oudedagsreserve kan vrijwillig afnemen door deze om te zetten in een lijfrente. De reserve neemt dan af met het bedrag dat men aan lijfrentepremies betaalt.

In bepaalde gevallen zal een oudedagsreserve verplicht afnemen. Als de oudedagsreserve hoger is dan het ondernemingsvermogen én de ondernemer bereikt de AOW-leeftijd, dan wordt de oudedagsreserve verlaagd tot het ondernemingsvermogen.

Ook als de oudedagsreserve hoger is dan het ondernemingsvermogen én de ondernemer voldoet in het voorgaande jaar en dit jaar niet aan het urencriterium, dan wordt de oudedagsreserve verlaagd tot het ondernemingsvermogen.

Het bedrag waarmee de de oudedagsreserve afneemt wordt bij de winst opgeteld. Dat betekent dat er alsnog belasting moet worden betaald over dit bedrag. Dit kan men voorkomen door lijfrentes aan te kopen voor tenminste hetzelfde bedrag als de afname van de oudedagsreserve.

De oudedagsreserve bij (gedeeltelijke) staking van de onderneming

Als de onderneming gedeeltelijk wordt gestaakt én de oudedagsreserve is hoger dan het ondernemingsvermogen, dan neemt de oudedagsreserve verplicht af tot het ondernemingsvermogen. Dit bedrag wordt bij de stakingswinst opgeteld.

Als de onderneming helemaal wordt gestaakt dan zal ook het ondernemingsvermogen ophouden te bestaan. De oudedagsreserve wordt dan ook opgeheven en in zijn geheel bij de stakingswinst opgeteld.

Als een onderneming wordt gestaakt, dan kan de stakingswinst worden omgezet in een lijfrente. Hierdoor wordt voorkomen dat de stakingswinst progressief wordt belast. Voor het omzetten van de stakingswinst in een lijfrente gelden in 2014 de volgende maximale bedragen.

Situatie

Extra lijfrentepremieaftrek

  • staking door een ondernemer die ouder is dan 60 jaar en 2 maanden

  • staking door een invalide ondernemer

  • staken van de onderneming door overlijden

€ 443.059

  • staking door een ondernemer van 50 jaar en 2 maanden tot 60 jaar en 2 maanden

  • staking door een ondernemer als de lijfrente-uitkering direct ingaat

€ 221.537

  • overige gevallen

€ 110.774

Deze bedragen moeten overigens nog worden verminderd met de bedragen waarmee al in voorgaande jaren de oudedagsreserve is omgezet in een lijfrente.

Conclusie

De oudedagsreserve kan voor een ondernemer een mooie manier zijn om een pensioen op te bouwen. Het betalen van inkomstenbelastingen kan worden uitgesteld en te verlaagd. Maar omdat de oudedagsreserve in bepaalde situaties verplicht afneemt, kunnen alle voordelen daarmee verloren gaan. Daarom is een oudedagsreserve niet voor elke ondernemer aantrekkelijk. Om een goede keuze te kunnen maken is het belangrijk om de totale financiële situatie mee te wegen.

.

Referenties:
Art. 3.6 Wet IB 2001
Art. 3.67-3.70 Wet IB 2001
Art. 3.128 Wet IB 2001
Art 3.129 Wet IB 2001