Uw beleggingen en de “variance drain”

Er zijn van die termen die om de een of andere reden blijven hangen. Zo heb ik vroeger op school de Stelling van Pythagoras geleerd. Iets met wiskunde. Na mijn schooljaren nooit meer gebruikt. Maar die term “de Stelling van Pythagoras” ben ik nooit meer vergeten, waarschijnlijk door die mooie naam.

Een paar jaar geleden volgde ik een workshop over beleggingsstrategieën en daar viel de term “variance drain”. Ook zo’n fascinerende term. Het woord “drain” roept beelden op van afvoerputjes, riolen, enzovoort. Niet gelijk iets waar je aan denkt bij de AEX. Het Engels kent mooie uitdrukkingen en alleen al een goede vertaling vinden is een uitdaging: ‘variantie afvoerputje’, ‘volatiliteitsriolering’, ‘bewegelijkheidsverlies’. De officiële vertaling ben ik nog niet tegengekomen, ik hou me aanbevolen als u ‘m weet.

Nu ben ik als financieel planner  geen beleggingsspecialist en ik zal u de technische uitleg van de “variance drain” besparen, maar de trainer/docent op de cursus gaf een grappig voorbeeld dat ik graag met u deel. Stel, twee heren hebben een bedrag van ieder € 100. De ene is erg voorzichtig, dus hij zet het geld op een spaarrekening en krijgt 1,5% rente. De ander is wat avontuurlijker en speculeert op de beurs. Na twee jaar ontmoeten ze elkaar weer om de resultaten te vergelijken. De eerste man gaat naar de bank. Na een jaar was het saldo € 101,50 en na twee jaar € 103,02. Hij heeft in twee jaar tijd dus ruim 3% rendement gehaald. De tweede man heeft het eerste jaar op de aandelenbeurs 25% verloren, maar het tweede jaar wel 30% gewonnen. Dus hij heeft per saldo zelfs 5% rendement, zo beweert hij. Maar helaas, want na het eerste jaar van 25% verlies heeft de goede man nog maar € 75 over. Daarmee haalt hij weliswaar 30% winst in het tweede jaar, maar dat brengt zijn eindbedrag op € 97,50. Per saldo na twee jaar dus 2,5% verlies. Zie daar de “variance drain”.

Dit voorbeeldje laat zien dat alleen statistieken en rendementen uit het verleden geen goede leidraad zijn voor uw beleggingskeuze. Welke periode wordt er bijvoorbeeld gemeten? Bovendien hebben obligaties, staatsleningen en aandelen allemaal hun eigen kenmerken. Ik ben een voorstander van beleggen, maar diverse factoren bepalen wat voor u de juiste keuze is. Vraag uzelf daarom eerst af: Waarom beleg ik? Hoe lang wil ik beleggen? Hoeveel risico ben ik bereid te nemen? Hoe goed kan ik tegen de bewegelijkheid van de waarde van mijn beleggingsportefeuille? Als u iedere dag met het zweet in uw handen inlogt om uw beleggingen te bekijken en elke koersdaling voelt als een looping in de achtbaan, dan is beleggen waarschijnlijk geen goede keuze voor u.

Maar een evenwichtige beleggingsportefeuille zal, zeker op langere termijn, een beter rendement kunnen opleveren dan een spaarrekening. Zeker nu de spaarrente is gedaald naar een erg magere 1% en de vermogensrendementsheffing nog steeds 1,2% bedraagt.

Overigens ben ik met de Stelling van Pythagoras inmiddels weer helemaal bij. Rechthoekige driehoeken, schuine zijdes, ik weet er weer alles van. Een dochter in de tweede klas van het voortgezet onderwijs helpen bij haar wiskunde huiswerk is voldoende om alles weer naar boven te halen. Mijn vroegere docent wiskunde zou trots op me zijn.